ZONDAG 10 NOVEMBER GEMEENTEVERGADERING

Zondag 10 november is er na afloop van de dienst een gemeenschappelijke lunch. Tijdens de lunch bespreken we met elkaar hoe we ons gemeenteleven de komende tijd vorm zullen geven. In de vorige gemeentevergadering zijn daarvoor een aantal aanzetten aangereikt. Als kerkenraad hebben we er over gesproken hoe we dien concreet gaan uitwerken. Onze voorstellen daarover willen we graag met u bespreken. Zowel leden, gastleden als anderen die zich op wat voor wijze ook met onze gemeente verbonden voelen zijn van harte welkom.

VRIJDAGAVOND 1 NOVEMBER : 20.00 uur, AVOND VOOR ALLE ZIELEN

Vrijdagavond 1 november bieden we net als voorgaande jaren weer de gelegenheid om als dorpsgemeenschap samen met de nabestaanden hen te gedenken die ons het afgelopen jaar of al eerder ontvallen zijn. Het is geen kerkdienst, maar een avond voor iedereen die stil wil staan bij het verlies van een dierbare. Er worden gedichten en teksten voorgedragen, er is muziek en stilte, en we noemen de namen van onze doden en stekken een kaarsje voor hen aan. De muziek en de teksten worden gekozen in overleg met de directe nabestaanden. Alle families die in het afgelopen jaar iemand verloren hebben ontvangen binnenkort een persoonlijke uitnodiging voor deze bijeenkomst of hebben die inmiddels al gekregen.

COLUMN – SINT MAARTEN

Sint Maarten is bij ons folklore. Een vrolijk kinderfeest met feestelijke lampions en kinderen die met een tas vol snoepgoed thuis komen. Nog niet zo heel lang geleden was dat heel anders. Toen wij 23 jaar geleden de voormalige hervormde pastorie van Dronryp betrokken, stond al gauw Wynzen Faas bij ons op de stoep, zevenenzeventig jaar oud en Rypster in hart en nieren. Hij vertelde ons onder andere dat Sint Maarten één van de weinige dagen in het jaar was, dat hij als kind fruit kreeg. ‘Geef ons dan een appel of een peer, dan zie je ons het hele jaar niet meer’, zingen de kinderen nog steeds op 11 november. Maar ze hebben liever een mars of een snickers. Zo’n honderd jaar geleden klonk dat liedje dus heel anders.
En er klonk ook veel meer in door van de oorsprong van Sint Maarten dan nu.

Eeuwenlang was Sint Maarten geen folklore, maar een belangrijke kerkelijke feestdag. Al in de vroege Middeleeuwen was Sint Maarten in Noord – West Europa één van de belangrijkste christelijke heiligen. Geen wonder dat hij naast Sint Franciscus wiens gedachtenis voortleeft in de viering van dierendag en Sint Nicolaas de enige heilige is die de reformatie overleefde.
Martinus van Tours, want zo heette hij voor hij al vrij kort na zijn dood Sint Maarten werd, leefde van 316 – 397. Anders dan de toevoeging ‘van Tours’ doet vermoeden kwam hij oorspronkelijk uit een rijke welgestelde Romeinse familie in Hongarije. Hij werd soldaat in één van de Romeinse legioenen en zo kwam hij in Tours terecht. Als hij op een mistige dag in de herfst bij het vallen van de avond op zijn paard één van de poorten van Tours binnenrijdt, duikt uit de schemering opeens een in lompen gehulde bedelaar voor hem op. Martinus houdt zijn paard in en eer hij goed en wel beseft wat hij doet, heeft hij al de helft van de rode mantel van zijn uniform afgesneden en de kleumende man om de schouders geworpen. Als hij ’s nachts in een droom het hele tafereel herbeleeft, maakt de bedelaar zich bekend als niemand minder dan Christus zelf. Kennelijk kende Martinus dus al de bekende passage uit het evangelie van Mattheüs waar Jezus zegt: ‘Wie een arme ontvangt, ontvangt mij’. Een paar dagen later laat Martinus zich dopen en binnen een paar jaar wordt hij gekozen tot bisschop van Tours. Hij moet een charismatische figuur geweest zijn die de boodschap van het evangelie niet alleen predikte maar ook leefde en een toonbeeld van mededeelzaamheid was, goed kon luisteren en als bestuurder open stond voor zijn ondergeschikten. Leiding geven was voor hem een vorm van dienst aan de medemens. Geen wonder dat hij kort na zijn dood al heilig verklaard werd. Als eerste en voorlopig enige Frankische heilige was hij in heel Frankenland immens populair. Zijn graf werd een bedevaartsoord en al gauw verrees er een kerkje boven. Naar aanleiding van het verhaal met de mantel (in het Latijn cappa) capella genoemd.

Toen de Franken ook Friesland veroverden kwamen in hun spoor missionarissen mee. Begrijpelijk dat zij ook het verhaal van Sint Maarten naar de Friese landen brachten. Hij was immers hun belangrijkste heilige. Inspirerend voorbeeld van wat de kern van de christelijke boodschap is : barmhartigheid. En van uit die barmhartigheid willen delen. Niet alleen bezit, maar ook macht.

Zo heeft het christendom in deze streken vanaf het begin een dubbel gezicht. Het komt mee in het spoor van de veroveraars, maar met een verhaal over barmhartigheid dat daar haaks opstaat. Ook hier wordt Sint Maarten populair. Hij wordt de beschermheilige van de stad Utrecht en de patroonheilige van tal van parochiekerken, ook in Friesland, en zijn sterfdag – 11 november – wordt een belangrijke kerkelijke feestdag.

Als kerkelijke gemeente willen we proberen 11  november iets van zijn oorspronkelijke betekenis als feest van het delen terug te geven.

Maandag 11 november is de kerk tussen 17.00 en 20.00 uur open. U kunt dan levensmiddelen inleveren voor de voedselbank in Leeuwarden.

Ds. Adri Terlouw 
Reageren op deze column?: terlouwadri@gmail.com

HEK OM KERKHOF KRIJGT STATUS GEMEENTELIJK MONUMENT

In Leeuwarder Courant en Friesch Dagblad hebt u kunnen lezen dat het hek bij de begraafplaats de status krijgt van gemeentelijk monument. Niet alleen het fraaie toegangshek maar ook het aansluitende hekwerk en de muur waar het op staat. Zowel in noordelijke als in zuidelijke richting. Op een paar meter aan de zuidkant na uit 1912 stamt het uit rond 1886 en is waarschijnlijk gemaakt door ijzergieterij Mohrmann uit Leeuwarden. Het toegangshek is rijkelijk versierd met gietijzeren doodssymbolen. Te weten: een gevleugelde zandloper, fakkels, een uil en een slang. Ook de rest van het hek de zuiltjes met eikels erop mag er zijn. Maar op de eerste aanblik is het vooral dringend aan restauratie toe. De erkenning als gemeentelijk monument kan ons daarbij helpen. Want zonder de steun van andere fondsen dan ons eigen onderhoudsfonds zullen we de restauratie onmogelijk kunnen betalen. Weliswaar hebben vorige generaties ons fondsen nagelaten om uit de opbrengsten daarvan kerkhof en kerk te kunnen onderhouden, maar door de al jaren kunstmatig laag gehouden rente zijn die bijna geheel verdampt en is het wachten op betere tijden. Maar wat hek betreft hebben we die niet. De restauratie daarvan kan niet langer wachten. Onze eerste stap is nu om aannemers en restaurateurs een offerte te laten maken en dan te beginnen met de fondswerving. U hoort er zeker meer van, want om te kunnen restaureren zullen we te zijner tijd ook zeker een beroep doen op uw steun.

Column – HET GOEDE INTERESSANTER DAN HET KWADE


Kwaad is nieuws. Onze kranten staan er vol van. Het kwade lijkt spannend, het goede saai. Voor de in Amerika veelvuldig gelauwerde schrijfster Marilyn Robinson (1943) is het net andersom. Volgens haar is juist het goede veel spannender dan het kwade. Als wij het verkeerde doen, dan meestal omdat we ons  laten leiden door onze primaire impulsen en dan simpel op ons doel afgaan. Het kwaad kijkt niet verder dan waar ik op dit moment zin in heb en op korte termijn beter van wordt. In de opvoeding leren we kinderen juist verder te kijken en te denken dan die primaire driften. Want pas dan komt het goede in het vizier, zo maakte ze 12 januari j.l.in een interview met Trouw – redacteur Stevo Akkerman duidelijk.

Ik moest er weer aan denken, toen ik me afgelopen maanden, ter voorbereiding van een studiedag over de vraag in hoeverre onze economie het goede leven dient,  er steeds weer over verbaasde, hoe het toch kan we in de economie uitsluiten lijken uit te gaan van het eigenbelang en daardoor zo eenzijdig gericht zijn op het behalen van zo veel mogelijk financieel gewin, terwijl dat op tal van andere fronten met verlies gepaard gaat. Zo is de natuur de klos, dreigt het klimaat te ontsporen met alle niet te overziene gevolgen van dien, en zien we wereldwijd delen van de middenklasse langzaam afglijden naar armoede en sociale ellende. Wat daar ook allemaal achter zit, het heeft in ieder geval met de versimpeling te maken waar Robinson het over had. Winst betekent werkgelegenheid, zo redeneren we. Dat klinkt heel plausibel, maar je hoeft maar even verder te kijken en je weet dat het zo simpel niet ligt. Stel je bijvoorbeeld ook eens de vraag wie daar dan wel van profiteren en wie en wat daar de prijs voor betalen, en het is opeens net iets ingewikkelder allemaal. Als ik graag wat van de wereld wil zien, of erg van de zon houd, en ik kan straks in november voor nog geen € 100,00 een vliegticket naar een verre zonnige bestemming kopen, dan is dat op het eerste gezicht vooral een goede deal, en ik ben gek als ik die aan mijn neus voorbij laat gaan. Maar als ik vraag welk goed daarmee gediend is, wordt het allemaal veel complexer.
Als je van probleemwijken prachtwijken wil maken, dan kun je natuurlijk een deel van de oude goedkope sociale huurwoningen afbreken en vervangen door nieuwe duurdere woningen om zo een ander soort huurders te trekken en daarmee het leefklimaat te verbeteren, zoals een woningcorporatie in Rotterdam wil, maar zo werkt het natuurlijk niet. Je hebt alleen een bepaalde groep bewoners de wijk en zelfs de stad uitgejaagd. In hetzelfde Rotterdam organiseert het wijkpastoraat al jaren gratis maaltijden voor jan en alleman. Bezoeksters spreken er elkaar goedmoedig aan als stoephoer. De kerkelijk werker vertelt dat ze daar eerst wel erg aan had moet wennen. Net als aan heel veel andere dingen waar ze in haar theologische opleiding totaal niet op was voorbereid. Maar hoeveel gesprekken had ze zo niet gevoerd? Over het leven en alle vragen die daarbij horen. Heel ingewikkeld soms, maar oneindig veel rijker dan wat zo’n woningcorporatie van plan is.

In het al eerder genoemde interview zegt Marilyn Robinson het zo :
“Ik denk dat het goede een breed begrip is, en het kwaad veel beperkter. Ik associeer kwaad met eigenbelang, waardoor het sterk afhankelijk is van omstandigheden: waar en wanneer kan ik mijn voordeel halen, daar gaat het om. Terwijl het goede veel meer aandacht vergt, meer vrijheid geeft en niet wordt gedicteerd door zoiets simpels als eigenbelang.” Daarin lijkt het goede op het schone. Schilders en dichters kijken net iets verder dan wij doen. Daardoor kunnen ze ons dingen laten zien waar wij aan voorbij zien. Met het goede is het net zo. Om het goede op het spoor te komen moet je juist verder kijken dan je eigenbelang. Opvallenderwijze beroept Robinson zich voor deze gedachten o.a. op het werk van Calvijn, onder ons vaak weg gezet als een somberaar die meende dat de mens geneigd is tot alle kwaad. Dat mag waar zijn, er lijkt mij ook niet zo veel tegen in te brengen – het is wel het halve verhaal. Voor Calvijn was de mens daarnaast en allereerst een prachtig en briljant schepsel. En daarom in staat het goede te zoeken en te doen, al is dat ingewikkelder en uitdagender dan je alleen te laten leiden door eigenbelang. Goed is dan heel wat anders dan weer zoveel procent economische groei of een toename van het consumentenvertrouwen en de mogelijkheid om toegang te krijgen tot nog meer goederen en diensten. Goed wordt dan alles wat de waardigheid van mensen vergroot. Dat is inderdaad ingewikkeld, maar tegelijk ongelooflijk veel interessanter dan dat we niet verder kijken dan doen wat we lekker vinden.

Ds. Adri Terlouw 
Reageren op deze column?: terlouwadri@gmail.com

ZOMERTENTOONSTELLING MET WERK VAN KIM STABIN

Alle zaterdagen in juli en augustus is van 13.30 – 17.00 uur de kerk open. Voor bezichtiging, om even bij te praten met de gastheer/gastvrouw, of gewoon even te genieten van de stilte en de koelte. Ook zijn er een aantal prachtige schilderijen te zien van Kim Stabin. Zij behaalde in 2017 haar masterdiploma aan de Foudgumer Academie en woont in Dronryp.
De patroonheilige van onze kerk, de heilige Cecilia, is zoals u weet ook de patroonheilige van de musici. Kim maakte daarom voor deze tentoonstelling een aantal schilderijen van dirigenten en musici. Zo is er een prachtig drieluik waarop we de beroemde dirigent Jaap van Zweden in actie zien. De toegang is gratis.

De officiële opening is op vrijdagavond 5 juli om 20.00. Omdat er ook een schilderij te zien is van een cellospeler speelt de cellist Dirk Stegeman dan een aantal delen uit een van de cellosuites van Bach.

Zomerprijsvraag: BOOM VAN GELUK

Een gelukkig leven wordt in één van de psalmen vergeleken met een stevig gewortelde boom die dankzij dat wortelstelsel altijd water weet te vinden waardoor zijn bladeren ook in tijden van droogte groen blijven. Geluk heeft in de optiek van deze psalm dan ook te maken met inzet voor je eigen omgeving. Die wordt gevoed en gestimuleerd door een levend contact met wat vorige generaties aan levenswijsheid hebben opgedaan. Een ongelukkig leven is volgens deze psalm een vluchtig leven dat niet verder kijkt dan de waan van de dag en blind is voor de eigen omgeving en de medemens en de verantwoordelijkheid daarvoor dus ontloopt of over het hoofd ziet. Zo’n leven wordt vergeleken met kaf dat verwaait in de wind.

Met de woorden van de Psalm
Goed is
dat je niet doet wat slecht is
niet achter oplichters aan loopt
niet met Ploert en Schender heult
niet je schouders ophaalt
‘ploert en schender, ach
zo is de wereld’

Goed is dat je goede woorden
overweegt en wil:
heb je naaste lief die is als jij
de vluchteling, de arme, doe hen recht.

Prent ze in het hart van je verstand
die woorden
zeg ze voor je uit

gezegend ben je

een boom aan stromen levend water
vruchten zul je dragen
blad dat niet vergeelt
het zal je goed gaan

(Psalm 1 in de bewerking van Huub Oosterhuis uit Psalmen vrij)

Die boom is natuurlijk een prachtig beeld. Rond dat beeld hebben we een kleine zomerprijsvraag bedacht: Maak deze zomer een foto van zo’n stevig gewortelde boom. Je kunt je foto tot 10 september opsturen naar: terlouwadri@gmail.com of inleveren bij onze koster Rixt Santema. Liefst met een korte toelichting over de plek en het moment waarop je de foto genomen hebt. Alle foto’s worden op 15 september tentoongesteld op onze startzondag in de Doarpstún van Snakkerbuorren. De twee mooiste of origineelste inzendingen worden beloond met een fruitboompje voor eigen tuin of terras.

Column – Geluk

Dit jaar en ook de eerste helft van 2020 nog trekt cabaretier Guido Weijers (1977) het land door met een masterclass ‘geluk’. Zoals André Kuipers het land een theatercollege geeft over zijn ruimtereizen en de gebroeders Anker een theatercollege over de strafrechtadvocatuur, praat Weijers je in zijn college bij over wat geluk nu eigenlijk is. Als voorstudie voor zijn college volgde hij een masterclass ‘Geluk’ aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en deed hij onderzoek naar het bruto – nationaal geluk in het Afrikaanse Bhutan. Avond aan avond trekt hij in theaters en dorpshuizen volle zalen. Hij raakt met dit thema kennelijk een gevoelige snaar. Veel mensen blijken op zoek naar geluk.

Over Bhutan gesproken, in een Afrikaans land zou dat heel anders uitpakken. Daar vragen mensen zich niet af of ze wel gelukkig zijn en doen ze niet aan mindfulness of yoga. Daar is het voor velen alleen maar overleven. Dan heb je daar geen tijd voor, maar  moet je elke dag opnieuw zorgen dat je die dag te eten hebt. Dat wij alle tijd hebben om ons zorgen te maken over ons geluk is dis in zekere zin een luxe.

Het eerste dat we volgens Weijers moeten leren is dat geluk iets anders is dan succes. Wij halen die twee vaak door elkaar. Een groot huis, een goede baan, een dikke auto en dan volgt het geluk vanzelf, denken we dan. Maar zo werkt het niet. Eén van de eersten die systematisch nadacht over wat geluk nu eigenlijk precies is was de Griekse fiolosoof Aristoteles ( 384 – 322 v. Chr.) Volgens hem bestaat geluk uit drie dimensies: genot op korte termijn, tevredenheid op lange termijn en los van je eigen geluk ook nog het idee dat je nuttig bent voor anderen en voor de wereld om je heen. Wij verbinden geluk vaak met het moment: Als ik straks in de vakantie op een morgen vroeg naar het strand ga en dan op een terras in de ochtendzon geniet van een cappuccino, dan is dat geluk. Maar dat is natuurlijk maar de halve waarheid; als ik niet weet of ik bij thuiskomst mijn baan nog wel heb, of als ik alle contact met mijn kinderen verloren heb, is er natuurlijk van geluk geen sprake. Dan is die kop cappuccino alleen maar een kortstondig genot. Ook op de wat langere termijn moet ik enige zekerheid hebben en wil ik echt lekker in mijn vel zitten dan is daar ook een sociaal netwerk voor nodig waarin ik mijn plek heb en me gewaardeerd weet. En dat laatste kan alleen als ik me daarvoor inzet. Misschien is dat aspect de laatste na tientallen jaren waarin de focus vooral lag op materiële vooruitgang in onze beeldvorming over wat geluk ons wel wat te veel op de achtergrond geraakt. Soms doen we alsof geluk zou inhouden dat elke dag een feest zou moeten zijn. Zonder teleurstelling, moeite of tegenslag. En pijn, ziekte of verlies passen al helemaal niet in het beeld dat wij van een gelukkig leven hebben. Maar het leven kan natuurlijk niet elke dag fantastisch zijn en een bestaan zonder pijn en verlies bestaat niet. Toch kan je ook met dat alles gelukkig zijn. En niets dat daarvoor zo belangrijk is als een goede relatie met je omgeving. Uit recent onderzoek blijkt dat Friezen tot de gelukkigste Nederlanders behoren. Maar liefst 92 procent van de Friezen zegt gelukkig te zijn. En dat terwijl we een provincie zijn met een lagere economische ontwikkeling, een gemiddeld lager opleidingsniveau, meer werkloosheid en minder inkomen dan de andere provincies. Dat mensen zich hier niettemin gelukkiger voelen dan in de rest van Nederland heeft vooral te maken met het feit dat we doorgaans een hechtere band met de wereld om ons heen hebben dan in andere provincies. Er is in onze provincie een grote sociale samenhang met een hoog aandeel vrijwilligers. Daardoor voelen mensen zich veiliger en ook de ervaren gezondheid is hoog.

De vakanties staan weer voor de deur. En ik hoop dat u in deze weken een aantal geluksmomenten zult beleven. Maar als het om geluk gaat, zijn een goed contact met je buren, het dorpsfeest, het iepen loftspul, de kaatsvereniging en het straatkaatsen belangrijker dan een geslaagde vakantie. En dat geluk wordt alleen maar groter als je daar zelf op een of andere manier ook een actieve bijdrage aan levert. 

Ds. Adri Terlouw 
Reageren op deze column?: terlouwadri@gmail.com

26 MEI : GESPREKSDIENST EN GEMEENTEBERAAD

In onze diensten zoeken we geregeld naar nieuwe vormen, waarbij er ruimte is voor ontmoeting en dialoog. Op 17 maart hadden we een dienst met een gespreksrad. Voor in de kerk stond een rad van avontuur. Niet met cijfers maar met levens-  en geloofsthema’s als: angst, hoop, liefde, bidden, dood enz. We vormden paren waarbij we per paar een aantal thema’s bespraken die het rad ons aanreikte. Daaraan voorafgaand lazen we het evangelie voor die zondag, waarbij ds. Terlouw een korte meditatieve toelichting gaf. De dienst trok meet bezoekers dan anders en werd door de aanwezigen gewaardeerd met gemiddeld een 8,5. Reden genoeg dus om op 26 mei dit experiment te herhalen. Aansluitend is er een lunch. Met onder de lunch een gemeenteberaad. Op grond van het eerder gehouden gemeenteraad willen we u als kerkenraad een aantal beleidslijnen voor de komende tijd presenteren waarover we graag met u van gedachten willen wisselen. De afsluiting zal zo rond kwart over een zijn.